PLC-programming realiseert de operationele sturing en bewaking van Programmable Logic Controllers (PLC). Een PLC bestaat uit een microcomputer (controller) die invoerkanalen leest en uitvoerkanalen aanstuurt. Het aantal kanalen (bv. varierend van 10 tot 1000), de soort kanaal (invoer of uitvoer) en de snelheid van inlezen en aansturen (bv. in micro- of milli-seconden per kanaal) is afhankelijk van het type PLC. De PLC leest met grote snelheid in een cyclus alle (geactiveerde) invoerpoorten uit en stuurt alle (geactiveerde) uitvoerpoorten aan. Die cyclus wordt continu herhaald, totdat zich een situatie voordoet, waarin de besturing volgens het programma wordt onderbroken. Met een PLC kan zo op universele wijze elke procesbesturing (met uitvoersignalen) op basis van de invoersignalen worden gerealiseerd.
De ontwikkelaar/programmeur van een besturingsprogramma voor een PLC maakt gebruik van ladderdiagrammen. Die beschrijven voor de standaard cyclus in welke volgorde en bij welke condities de invoerpoorten worden uitgelezen en in welke volgorde en bij welke condities de uitvoerpoorten worden aangestuurd. Zo kan bv een lopende band op basis van invoersignalen van bewegingsschakelaars of sensoren de aandrijfmotor starten, stoppen of in snelheid regelen.
Als voorbeeld is een lopende band een zeer eenvoudige toepassing. In essentie functioneert elke technische besturing ook van complexe regelsystemen op eenzelfde wijze. Deze cursus behandelt de basisprincipes van PLC-programmering en toont in enkele toepassingsvoorbeelden met toenemende complexiteit de belangrijkste kenmerken, eisen en kwaliteiten van PLC-software als digitale twin van procesbesturingen.