Inleiding
Organisaties maken vaak meerdere artikelen of producten. Of een facilitaire afdeling handelt veel verschillende soorten meldingen af. Problemen hebben niet altijd betrekking op alle producten of op alle meldingen. Daarom is het goed om daar onderscheid in te maken. In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe dat gedaan kan worden.
Inhoud
In de huidige situatie wordt een processchema gemaakt. In de praktijk is het moeilijk om alle producten of alle meldingen te volgen. Het processchema zal onoverzichtelijk worden. Het bepalen van product of service families helpt hierbij. Producten of services die veel op elkaar lijken en die vaak (80%) van dezelfde processtappen doorlopen worden een productfamilie genoemd. Met behulp van de weergegeven matrix kunnen productfamilies geïdentificeerd worden. Van één productfamilie, bijvoorbeeld die vaak en veel verkocht wordt of waar veel issues zijn, kan een processchema gemaakt worden. Een Pareto-analyse kan een hulpmiddel zijn. Dit wordt uitgelegd in 1.3 het kwantificeren van het probleem.

In een serviceomgeving kan gedacht worden aan het volgen van een speciale categorie meldingen van een servicedesk. In een productieomgeving waar boren, frezen en zagen gemaakt worden kunnen die als aparte productfamilies worden gezien.
Kennisclip
In de volgende kennisclip wordt het gebruik van de matrix verder uitgelegd:
Extra bestanden
Er zijn voor dit onderdeel geen relevante bestanden
Extra literatuur
| ean green belt (van Kollenburg) | 7.1 | 117 | De aanleiding van het verbetertraject |
| lean green belt (van Kollenburg) | 7.2 | 117 | De context van het verbetertraject |
| lean green belt (van Kollenburg) | 7.3 | 120 | Afbakenen van het verbetertraject |
| lean green belt (van Kollenburg) | 7.4 | 125 | Het probleem definiëren |