Inleiding

In de vorige les hebben we gezien hoe we de capaciteit van een proces kunnen bepalen. De mate waarin deze capaciteit benut wordt, is de bezettingsgraad. Dit is een belangrijk kenmerk van een proces dat ook regelmatig terug komt.

Inhoud

De termen die voorbij komen zijn soms lastig. Het helpt soms om het voor je te zien. De bezettingsgraad gaat ook goed op bij sportwedstrijden. Als in De Kuip in Rotterdam 40000 mensen zitten (wat je DOET) maar er kunnen 50000  mensen in (wat je KUNT) dan is de bezettingsgraad van het stadion 80% (40.000 / 50.000 *100). Dit wordt uitgelegd:

Het bepalen van de Bezettingsgraad

Met de kennis van de gerealiseerde -  en de beschikbare capaciteit uit de voorgaande lessen is de bezettingsgraad alste berekenen.


Deze twee begrippen gebruiken we vervolgens in onderstaande formule:


Het laatste deel van de bovenstaande formule (PT / CT) is in veel praktijksituaties lastig toe te passen (vaak alleen op procesniveau, als PT en CT echt nauwkeurig zijn vastgesteld, door bv zelf te meten). Bovendien worden vaak verschillende termen (takttijd, procestijd, cyclustijd) door elkaar of fout gebruikt, of deze zijn onbekend in een organisatie. Ook worden er soms andere termen gebruikt. Het is dan zaak om uit te zoeken wat er precies bekend is. Het deel Cr/Cb  is gelukkig wel vaak toepasbaar. De twee onderdelen:
  • Wat je doet = Cr = gerealiseerde Capaciteit = bv het aantal producten per jaar (of maand of week) x de tijd per stuk (in principe de cyclustijd)
  • Wat je kunt =  Cb = beschikbare Capaciteit = bv het aantal uren dat de organisatie open is (zie #2240 De beschikbare capaciteit)
Voorbeeld:

In een proces worden per dag van 8 uur 200 producten gemaakt. (wat je doet). De minimale procestijd van het proces bedraagt 2 minuten per stuk (wat je kunt). Wat is de bezettingsgraad?

Antwoord: We starten met het omrekenen naar dezelfde eenheid. Er zijn twee mogelijkheden:

Optie 1
C gerealiseerd = 200 stuks / dag (wat je doet)
C mogelijk: PT = 2 min/stuk = 480 min per dag / 2 min per stuk =
240 stuks per dag (wat je kunt)
Bezettingsgraad U = wat je doet / wat je kunt = 200/240 = 0,833 = 83%

Optie 2
CT (gerealiseerd) = 480 min / 200 stuks = 2,4 min per stuk (wat je doet)
PT = CT (mogelijk) = 2,0 min/stuk (wat je kunt; minimale cyclustijd is hier gelijk aan procestijd PT)
Bezettingsgraad U =  2,0 / 2,4 = 0,833 = 83%


Kennisclips

In onderstaande video wordt de bezettingsgraad van de automobielindustrie in Europa behandeld. Interessante achtergrond informatie

Extra bestanden
Er zijn geen relevante bestanden voor dit onderdeel.


Extra literatuur

Er is geen relevante literatuur voor dit onderdeel.



Laatste wijziging: woensdag, 23 augustus 2023, 22:37